BBG H09
Bijvoeglijk Naamwoord
9.1-9.5 Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord, een persoonlijk voornaamwoord of een ander bijvoeglijk naamwoord. Het kan op drie manieren gebruikt worden:
- attributief als een attribuut bij het woord waar het bijhoort (de goede keuze; het mooie huis)
- substantief, het bijvoeg naamwoord wordt als zelfstandig naamwoord gebruikt; de mooie werd gekozen
- predikatief, als onderdeel van het gezegd; de fietsen zijn goed
Vervoeging van Bijvoeglijk Naamwoord
| 2 mnl | 1 vrl | 2 onz | |
|---|---|---|---|
| 1ev | ἀγαθός | ἀγαθή | ἀγαθόν |
| 2ev | ἀγαθοῦ | ἀγαθῆς | ἀγαθόῦ |
| 3ev | ἀγαθῷ | ἀγαθῇ | ἀγαθῷ |
| 4ev | ἀγαθόν | ἀγαθήν | ἀγαθόν |
| 1mv | ἀγαθόι | ἀγαθαι | ἀγαθά |
| 2mv | ἀγαθῶν | ἀγαθῶν | ἀγαθῶν |
| 3mv | ἀγαθοῖς | ἀγαθαῖς | ἀγαθοῖς |
| 4mv | ἀγαθούς | ἀγαθάς | ἀγαθά |
9.7 In het woordenboek wordt de 1e persoon mannelijk enkelvoud gegeven.